My Standard
Gebruiker:
Paswoord:
Zich registreren

Home > Royal Standard de Liège en zijn Geschiedenis

Het "Sclessin" stadion ~ Maurice Dufrasne

De Hel van Sclessin. Het mythische stadion van Royal Standard de Liège. Een stadion dat zo een beetje het tweede thuis is geworden voor duizenden Standardfans, van Malmédy tot Oostende, van Bergen tot Tongeren. Toch is Sclessin, of zoals het officieel noemt, het Stade Maurice Dufrasne, niet de enige tempel waar de Rouches speelden.

De verhuis naar Sclessin, vanuit Grivegnée, gebeurde tegen de achtergrond van de playoffs voor promotie naar de eerste afdeling. De zoektocht, onder leiding van Joseph Debatty, nadat men de infrastructuur in Grivegnée moest verlaten, liep uit op een klein veldje op ... Sclessin. Een veld dat trouwens enkele jaren voordien ook gehuurd werd door .. FC Liégeois. Gangmaker achter deze verhuis werd Maurice Dufrasne, die in dat jaar aangesteld werd als voorzitter van de club. De man zou een enorme indruk nalaten op de club, en het stadion zou later ook zijn naam gaan dragen. Want alhoewel vooral gekend als “Sclessin”, is de huidige officiële naam nog steeds “Stade Maurice Dufrasne”.

Het veld behoorde tot het domein van het kasteel van de Perron waar de gebroeders Deprez de boerderij bewoonden. Ze kwamen met de club overeen dat Standard, voor de prijs van 300 BEF, een stuk van de velden mocht huren om er te kunnen voetballen. Tegelijkertijd kregen ze ook de toestemming om de plaatselijke hangar te gebruiken om al het materiaal van de club te herbergen. Een eerste aanzet tot kantine kwam er ook aangezien de twee broers ook maaltijden serveerden voor de jonge voetballertjes.

Zich omkleden deden de spelers iets verder in de straat, op de eerste verdieping van het café Soulet. De bestuurders van die tijd realiseerden zich echter dat dit een infrastructuur van de eerste divisie onwaardig zou zijn, en dat er met de gewonnen promotie de nodige werken vereist waren. Vooraleer het seizoen 1909-1910, waarin de club voor het eerst in eerste klasse uitkwam (!), begon werden drie kleedkamers en een kantine afgewerkt. De constructie, zo’n 4 meter diep en 12 meter breed werd opgetrokken achter het doel aan de kans van de Maas. De eerste stenen tot een nieuw stadion werden gelegd.

In 1910 neemt het stadion een nieuwe wending. Het veld werd genivelleerd en opnieuw bezaaid. Het was toen een ideale grasmat. Ook een kleine tribune werd toegevoegd en kon 300 à 400 supporters bescherming bieden. In 1922, toen de club zich volledig en definitief genesteld had in de eerste divisie, besloot het dat het tijd was om een volgende stap in de ontwikkeling te zetten. Niet enkel werd er een echte juridische entiteit opgericht, maar men besloot ook om eigenaar te worden van het stadion en het veld. Onder leiding van voorzitter Maurice Dufrasne, en na enkele maanden van zware onderhandelingen bekwam de club het akkoord, in 1923, dat de broers Deprez hun veld, zo’n 2ha, verkochten aan La Société Coopérative Standard, en dit voor de prijs van 14,09 BEF/m².

Maar al snel werd het evident dat de club geconfronteerd werd met een groot probleem. Het stadion lag tussen de straten Ernest Solvay en de Allée des Peupliers, waardoor een vergroting onmogelijk werd gemaakt. Het vereiste dan ook enorm veel lef van de Raad van Beheer om in die periode alles zowaar van nul te doen herstarten. Al het werk van de voorbije jaren. En toch gebeurde het zo. Het stadion en het terrein werden 40 meter richting Maas en 20 meter richting Tilleur verhuisd. Om tegelijkertijd onmiddellijk een betonnen tribune te bouwen waar vestiaires, kantine en vergaderzalen gehuisvestigd werden. Twee aankopen later zou de totale oppervlakte zo'n 3 1/2 ha bedragen zodat een tweede veldje kan aangelegd worden achter het stadion.

Ondanks de povere resultaten tijdens het seizoen 1928-1929 was er toch enige bron van tevredenheid dankzij een nieuwe aankoop van een stuk grond. Ditmaal aan de kant van de straat Ernest Solvay. De beschikbare oppervlakte om de club structureel uit te breiden groeit dan ook zienderogen. Het vrijgekomen terrein wordt gebruikt om tennis- en hockeyvelden aan te leggen.

In 1931 wordt het stadion opnieuw vergroot. Het telt nu drie voetbalterreinen, ééntje voor hockey en tenslotte drie tennisvelden. Het stadion biedt plaats aan 24.000 toeschouwers. Ondanks de onstabiele periode, en tenslotte we Tweede Wereldoorlog blijft er voor lange tijd voetbal te volgen in België. En ook het stadion van Sclessin kon zo afgewerkt worden voor het seizoen 1939-1940.



(c) standard.be 1996-2008
Contact | Sitemap